Kevers

Kevers Onvoorstelbaar

Kevers kweken is een groeiende hobby in ons land. In Europa is Tsjechië een vooraanstaand land, echter de groei van kwekers die we in ons land waarnemen zie je onder andere ook in landen als Duitsland, Frankrijk en België. Er zijn nogal wat websites van hobbyisten, vooral de Japanners vinden het leuk hun kweekresultaten bij te houden op websites. In Europa zijn er een aantal Tsjechen, Duitsers en Fransen die een website hebben. In ons land is het wat karig wat dat betreft. Wanneer je “beetle breeding” Googled krijg je een goede indruk van de verschillende Europese websites. Er zijn werkelijke duizenden Japanse websites. Wanneer je ドルクス Googled krijg je een redelijke indruk.

.

Zijn Nederlandse soorten te kweken?

Ons land heeft van elke subfamilie wel een aantal vertegenwoordigers en het ligt voor de hand om deze soorten te gaan kweken, echter de meeste soorten zijn zeldzaam en moeilijk te vinden in de vrije natuur. Het vliegend hert is zelfs wettelijk beschermd en derhalve verboden te houden en te kweken. Toch worden het vliegend hert (lucanus cervus), de gouden tor (Cetonia aurata) en de neushoornkever (0ryctes nasicornis) wel gekweekt in Europa. Anderen, zoals de mei- en julikever zijn moeilijk te kweken dit komt o.a. doordat de larven wortels eten van gras en jonge bomen en doordat de vrouwtjes minder snel eitjes afzetten in gevangenschap. Voor beginners is het aan te raden gewoon te beginnen met tropische soorten, zoals Pachnoda en Eudicella soorten beide lid van de sub-familie Cetoniinae. Wij noemen deze familie “gouden torren”.

Het vliegend hert (lucanus cervus), de gouden tor (Cetonia aurata) en de neushoornkever (0ryctes nasicornis)

Handel in insecten

Wereldwijd is er een welige handel in zowel dode als levende insecten, er zijn volwaardige bedrijven die zich hierin hebben gespecialiseerd. Veel boeren in tropische gebieden hebben, om wat extra geld te verdienen, naast hun agrarische activiteiten een tweede klus, insecten vangen en of kweken. Ook blijkt in de praktijk dat er handelaren zijn die, nadat het geld is overgemaakt, niets meer van zich laten horen. In deze tijd is het voor de “hobby-kwekers” niet meer noodzakelijk om dit soort risico’s te nemen en kevers en of larven aan te schaffen die rechtstreeks uit b.v. Afrika of Japan komen. Inmiddels zijn er voldoende betrouwbare kwekers / handelaren binnen Europa waar relatief goedkoop kweek-materiaal kan worden besteld.

ght6

Er worden steeds meer kevers door bonafide handelaren gevangen en verkocht. Voor deze dame en haar familie in Kameroen een bron van inkomsten . Voor deze reus onder de kevers, Goliathus orientalis, is het desastreus

.

Voorkom beginnersfouten

De meest aantrekkelijke soorten om mee te beginnen zijn Cetonidae, zij hebben een relatief korte ontwikkelingsduur, zijn overdag actief en ze zijn niet zo duur. Over het algemeen zijn Dynastinae en Lucanidae nachtactief en hebben vaak, op enkele uitzonderingen na, een vrij lange ontwikkelingscyclus soms zelfs meerdere jaren. Als beginner kunt u starten met b.v. Pachnoda-, Eudicella-, Chlorocala-, of Dicronorrhina soorten. De meeste starters zijn geneigd direct volwassen kevers te kopen. Hoe aantrekkelijk de koop van volwassen kevers ook is, het beste kunt u beginnen met de aanschaf van larven. Bij aankoop van volwassen kevers bestaat de kans dat de handelaar u oude kevers heeft verkocht die niet meer tot voortplanting en / of ei-afzetting overgaan of misschien zelfs vrij snel sterven. Kevers leven tenslotte maar enkele maanden.

.

IMG_8316Voeding voor de larven is niet te koop!

Eén van de belangrijkste aandachtspunten voordat u besluit kevers te gaan houden is dat u zich bewust bent van het feit dat voeding voor de larven niet te koop is in de dierenwinkel. Keverlarven leven van dood, rot eiken en/of beuken hout. U moet dus het bos of park in om dood blad en hout te verzamelen. De meeste Cetonidae– en Dynastidae-soorten nemen in gevangenschap genoegen met een mengsel van dood hout en dood blad. Lucanidae larven behoeven harder hout, zij worden opgekweekt in kleine rotte stammetjes of dikke takken. Regelmatig dient het voedingssubstraat ververst te worden, enkele tientallen larven zijn in staat om 10 liter substraat in minder dan 3 weken volledig in uitwerpselen om te zetten.

.

De Paring

Enkele dagen nadat een vrouwtje uit de cocon is gekropen is zij geslachtsrijp. Om mannetjes te lokken verspreidt zij, net als meerdere insectensoorten, een geurstof (sexferomoon). De mannetjes zijn in staat om met hun sprieten deze geurstoffen op te vangen. De waaiervormige sprieten zijn als het ware kleine chemische laboratoria waarmee geurmoleculen worden gelokaliseerd en geanalyseerd. Hiermee zijn ze in staat, in de vrije natuur, vrouwelijke soortgenoten van verre te ”ruiken”. Eenmaal een vrouwtje gevonden vindt er een soort ritueel plaats waarbij het mannetje het vrouwtje bespeeld. Vaak zie je dat de mannetjes wat zenuwachtig om en over haar heen draaien. Uiteindelijk gaat hij over haar heen staan om haar af te schermen van andere mannetjes en te beperken in haar bewegingsvrijheid.

.

De vorm van het mannelijk geslachtsorgaan is per soort verschillend waardoor het niet bij andere (vrouwelijke) soorten past. Toch kunnen er wel paringen plaats vinden tussen verschillende soorten, maar slechts zelden komt hier nageslacht uit voort. Er zijn enkele soorten die vrij gemakkelijk met elkaar te kruisen zijn. Een goed voorbeeld is het geslacht Chlorocala / Smaragdesthes. Maar, om te voorkomen dat er te veel vervuiling met ondersoorten ontstaat, zijn de echte liefhebbers hier fel op tegen en worden er zelden meerdere soorten in één terrarium gehouden. Op deze manier houdt u een duidelijk overzicht en weet u zeker dat de larven die u vindt van die keversoort zijn die in het terrarium rondlopen.

 

De ei-afzetting

Nadat het vrouwtje bevrucht is kan het best nog 14 dagen duren voordat ze over gaat tot het leggen van de eieren, eenmaal begonnen kan zij 2 tot 5 eieren per dag leggen. Zij graaft zich onder de grond en gaat op zoek naar een geschikte plaats. Vrouwtjes geven de voorkeur aan heel fijn substraat om de eitjes in af te zetten. Nog voordat een eitje wordt afgezet perst zij met behulp van haar achterpoten een klompje fijn substraat samen. Hierin worden 1 tot 3 eitjes in afgezet. De meeste soorten kunnen wel enkele tientallen tot soms zelfs over de 100 eieren leggen. In de 2 tot 3 weken voor de uitkomst van de larf veranderen de eitjes van grootte en kleur, pas gelegde eitjes zijn wit, de wat oudere eitjes zijn beige-bruin en iets groter. Het eistadium is het meest kwetsbare stadium in de levenscyclus van een kever. De kans dat de eitjes daadwerkelijk ook uitkomen wordt alleen maar groter naarmate u probeert deze zo min mogelijk te verstoren. Het beste kunt u het substraat enkele weken laten voor wat het is en zeker niet onnodig de eitjes gaan zoeken. Door het omwoelen van de grond zou u de eitjes kunnen beschadigen. Eitjes zoeken wordt door een enkele kweker alleen gedaan bij soorten waarvan de larven kannibalistisch zijn. Om te voorkomen dat de kleine larfjes elkaar opeten worden de eitjes al apart gezet in kleinere doosjes met substraat. Vaak blijkt echter dat deze larven pas in een later stadium elkaar opeten en niet in het eerste larvenstadium waardoor feitelijk het rapen van eieren voor alle keversoorten overbodig is.

kk1

Het larvestadium

Kevers kennen een ”volkomen gedaante verwisseling” ook wel metamorfose genoemd. De larven ondergaan, net als vlinders, eerst het popstadium alvorens volwassen kever te worden. Maar voordat een larf gaat verpoppen moet deze 3 maal vervellen. Zo kennen we 3 larve stadia te weten: L1, L2, en L3, welke ook nog te specificeren zijn in vroege of late stadia. De kleine larfjes lijken op maden en hebben in verhouding met hun lichaam een grote kop. Het weke lichaam van de larf is instaat om mee te groeien, het kopschild daarentegen niet. Naarmate de larf eet wordt deze dikker tot een bepaalde grootte en dan is het tijd om te vervellen. Na een vervelling is het kopschild een stukje groter en de larf heeft weer een “ruime jas” die mee kan groeien. Over het algemeen kun je stellen dat bij alle soorten het L1 en L2 stadium vrij snel gaan, ook de reuzenkevers zoals Megasoma’s, Chalcosoma’s en Dynastes-soorten hebben een kort L1 en L2 stadium. De duur van het L3-stadium is per soort verschillend, larven van Pachnoda marginata peregrina kunnen bij een wat hogere temperatuur en voldoende voedsel al binnen 2 maanden gaan verpoppen. De meeste soorten hebben echter gemiddeld genomen een duur van 4 tot 6maanden. Er zijn er ook die er veel langer over doen, variërend van een jaar tot zelfs bijna 3 jaar zoals b.v. Megasoma acteon.

De meeste larven van bladsprietkevers voeden zich in de natuur met dood, rot hout en rot blad. Ze zijn voor hun ontwikkeling afhankelijk van de voedingstoffen die zich hierin bevinden. Daarnaast is het mogelijk dat wanneer een larf in zijn/haar gang door het hout b.v. een ander larfje tegen komt, deze ook op eet. Levend voer bevat eiwitten en deze voedingstof is vooral van belang voor de ei-productie bij de vrouwtjes. Het eenvoudige darmenstelsel is er slechts op gebouwd om de noodzakelijke voedingsstoffen tot zich te nemen. Toch wordt b.v. banaan graag gegeten door de larven, zij zijn echter niet instaat om de daarin aanwezige voedingstoffen er uit te halen en te verteren.

Kannibalisme

Er zijn een aantal soorten waarvan de larven kannibalistisch zijn, zoals bijvoorbeeld; Chelorrhina polyphemus, Mecynorrhina oberturi en Chalcosoma soorten. Over het algemeen zijn het de grotere larven die de kleinere op eten. Om dit te voorkomen kunt u het beste de larven al vroeg van elkaar scheiden en apart houden. Overigens vindt kannibalistisch gedrag meestal plaats in het L3 stadium, hierdoor kunnen de meeste kannibalistische soorten gewoon in het L1/L2 stadium bij elkaar gehouden worden. Het spreekt voor zich dat larven van niet kannibalistische soorten altijd bij elkaar in een grote bak gehouden kunnen worden.

Het popstadium

Wanneer L3 larven volgroeid zijn gaan zij opzoek naar een geschikte plaats om te verpoppen. Sommige soorten hechten de cocon graag aan een stronk. In gevangenschap zie je ook wel dat larven de zijkanten van de bak waar zij in gehouden worden gebruiken om de cocon aan vast te maken. Wanneer de bak van glas of doorzichtig plastic is kunt u het verpoppingsproces mooi volgen. Zodra er een geschikte plaats is gevonden starten ze met de bouw van het cocon. Allereerst draait de larve zich vele malen rond. Doordat ronddraaien ontstaat er een rond holletje onder de grond waarin de larf zich vrij kan bewegen. Tijdens het ronddraaien wordt er zowel uit de monddelen als uit de “anus” vocht uitgescheiden. Met dit vocht wordt door het ronddraaien feitelijk de binnenkant van de cocon bestreken waardoor de coconkamer mooi eivormig en glad van binnen wordt. Uiteindelijk droogt het vocht op en wordt de wand hard en zelfs waterdicht. Zodra de cocon klaar is, komt de larf in een ruststadium, er zit nauwelijks beweging meer in en na een aantal dagen lijkt het er op alsof de larf een beetje uitdroogt, ze begint langzaam iets te verschrompelen. In dit stadium gebeurt er van alles in het lijf.

kk1 (2)

Huisvesting van de kevers

Er zijn meerdere manieren om kevers te houden, als het u echt om het kweken gaat, volstaat een goed afsluitbare plastic bak voorzien van ventilatiegaten. Wilt u uw kevers goed kunnen waarnemen kies dan voor een aquarium of glazenbak. De maten zijn afhankelijk van de soort, de relatief kleinere soorten volstaan met een bak van 30:30:30 cm, waarin 10 volwassen exemplaren kunnen, grotere soorten behoeven minimaal een ruimte van 60:40:40 cm. Bij Cetonidae kunnen verschillende soorten bij elkaar gehouden worden. De voorkeur gaat echter uit naar één soort per bak, op deze manier weet u zeker dat de larven in deze bak van die soort zijn. Bij Dynastidae en Lucanidae is het raadzaam om de mannetjes gescheiden te houden, dit om vechtpartijen te voorkomen. Plaats in de bak een stronk voor het klimmen en voorzie de bodem van takjes, zodat wanneer de kevers op hun rug komen te liggen zij met behulp van deze takjes weer overeind kunnen komen.

Temperatuur en luchtvochtigheid

Dit zijn twee factoren die het gedrag en de ontwikkeling van de kevers beïnvloeden, bij een te lage temperatuur zullen de kevers niet of nauwelijks bewegen, en uiteindelijk sterven. Kamertemperatuur is eigenlijk net te laag, toch kan ik het niet na laten en heb kevers in de huiskamer, dit heeft wel tot gevolg dat de vrouwtjes minder eieren produceren en de larven ontwikkelen zich minder snel. Een 25 watt gloeilamp verwarmd een bak van 30:30:30 cm al gauw tot 25C, wat voldoende is voor de meeste soorten. Veel kwekers hebben voor het kweken een aparte kamer die zij verwarmen tot ongeveer 25C. De luchtvochtigheidsgraad kunt u verhogen door 3 of 4 maal per week in de bak te sproeien. Dagactieve kevers (Cetonidae) behoeven daglicht, een fluorescerende tl-lamp (b.v. Grolux) biedt naast meer licht ook een mooie weergave van de kleuren. Deze tl-buizen zijn te verkrijgen bij de aquariumspeciaalzaak.

kk1 (4a)

Huisvesting van de larven

Gebruik, niet luchtdicht, afsluitbare plastic bakken, maak zo nodig ventilatiegaatjes. Larven van Cetonidae kunnen over het algemeen bij elkaar gehouden worden. Daar en tegen zijn er ook nog al wat soorten die u apart moet houden om kannibalisme te voorkomen. Hiervoor kunt u glazen potten en / of kleinere plastic dozen gebruiken. Bij de dierenspeciaalzaak zijn luxe bakken te koop, voorzien van ventilatierooster en doorzichtig plastic, zo kunt u in een oog opslag zien of er mogelijk kevers zijn uitgekomen.Mocht u larven willen verhuizen naar een grotere bak, voeg dan ook een gedeelte van het oude substraat toe, hierin zitten de afvalstoffen, welke een belangrijke bescherming bieden tegen bacteriën, ziekten en infecties. Uiteindelijk zullen de larven gaan verpoppen, laat de cocons gewoon in de bak en verstoor deze niet. Controleer naar verloop van tijd of er kevers uitgekomen zijn.

Ruimte gebrek

Eenmaal aan het kweken geslagen, zult u al gauw ontdekken dat u ruimte te kort komt met al die bakken. Veel hobbyisten richten daarom een aparte kweekkamer in, dit biedt de nodige voordelen, zo kunt u in de winter in deze kamer de temperatuur wat verhogen en met name in het zomerseizoen wil het nogal eens voorkomen dat er veel fruitvliegjes uitkomen en u beperkt zodoende deze mogelijke overlast tot uw eigen “Kweekkamer”.

IMG_6101

De bodem (voedingssubstraat larven)

De bodem is van levensbelang voor het kweken, deze moet aan een aantal eisen voldoen. Allereerst moet er een flinke laag aanwezig zijn, bij kleinere soorten minimaal 10 cm, bij grotere soorten 25-30 cm, dit in verband met het eitjes leggen. Vrouwtjes zoeken gravend naar een geschikte plaats om deze af te zetten. De samenstelling van het substraat behoeft de nodige aandacht, gebruik nooit tuinaarde,potgrond of compost uit de verkoop, hierin kunnen parasieten en chemische afvalstoffen aanwezig zijn die schadelijk zijn voor de larven. Scarabaeidae larven dienen in gevangenschap gevoed te worden met een mengsel van rot hout en blad. Gebruik bij voorkeur alleen eik en of beuk. Voorkom ten alle tijden dat er ook maar iets van dennennaalden of dennenhout tussen het substraat komt, hars is fataal voor de larven. De meeste larven eten alles wat zij op hun weg tegen komen, sommige soorten zoals bijvoorbeeld; Chelorrhina’s en Chalcosoma’s zijn zelfs kannibalistisch en eten andere larven op. Om dit te voorkomen dienen deze larven apart gehouden te worden. Eenmaal het voedsel tot zich genomen, worden de voedingstoffen eruit gehaald en de onverteerbare delen weer uitgescheiden. Uit ervaring blijkt dat als we extra voedingsstoffen, in de vorm van honden- of kattenbrokjes, toevoegen aan het substraat, de keverlarven groter en sterker worden, waaruit dan weer grotere kevers voort komen. Ing. Oldrich Jahn beschrijft in zijn kweek verslagen naast hondenbrokjes ook zeer goede resultaten te behalen door toevoeging van zeer oude koeienmest (2 jaar), siervisvoer en zelf gemaakte compost van groente- fruit- en tuinafval. Toch zijn over het algemeen gekweekte kevers kleiner dan hun soortgenoten uit de vrije natuur.

De samenstelling

1 Gebruik als basis rot blad van eik en/of beuk. U kunt ook gebruik maken van de humuslaag onder eiken- en of beukenbomen, net onder de toplaag van afgevallen bladeren vindt u halfverteerd blad van vorige jaren. Maak een gewenst mengsel van blad en hout. Niet te nat maken, de vochtigheid moet te vergelijken zijn met de vochtigheidsgraad van een zak net opengemaakte potgrond.
2 Vermolmd, (wit)rot eiken- of beukenhout, vooral geen dennenhout. Maak het hout fijn, bijvoorbeeld met een schep in een metalen emmer. Dynastinae 40% hout 60% blad. Cetoniinae 20 % hout 80% blad. Bij het afzetten van eitjes geven de vrouwtjes de voorkeur aan zeer fijn substraat. Met hun poten maken zij klompjes van fijn substraat met daarin 1 of soms meerdere eitjes. Lucanidae, maar ook Dynastidae– en enkele grotere Cetonidae-soorten hebben behoefte aan een stuk (wit)rot eiken of beukenhout in het substraat. Met name Dynastidae en Lucanidae larven hebben baat bij het bijvoeren van honden- of kattenbrokjes (eiwitten). Plaats 2 of 3 brokjes in het substraat en controleer regelmatig of er aan gegeten wordt. Pas het aantal brokjes aan, aan de behoefte van de larven, te veel niet opgegeten brokjes in het substraat zijn een bron voor mijten en schimmelvorming.
3 Gebruik, niet luchtdicht, afsluitbare plastic bakken, maak zo nodig ventilatiegaatjes.
4 Larven kunnen binnen enkele weken het substraat volledig omzetten in uitwerpselen welke als kleine of grote korrels goed te zien zijn. Tijd voor nieuw substraat! Meng het nieuwe substraat met een klein deel oud. Dit zorgt voor behoud van aanwezige bacteriën.

rot hout

Witrot en bruinrot

Veel schimmels kunnen celstof ofwel (hemi)cellulose afbreken. Celstof is in hoge mate aanwezig in plantaardig materiaal (bladeren, hout, stengels e.d.). Slechts enkele groepen zwammen zijn daarbij in staat om tegelijkertijd ook houtstof (lignine) af te breken. Lignine komt alleen voor in houtige plantendelen. Wanneer alleen cellulose en hemicellulose worden afgebroken ontstaat bruinrot of kubiekrot. Het hout krijgt, door de achterblijvende lignine, een roest- of donkerbruine kleur, is droog en kubusvormig brokkelig van structuur. Uiteindelijk verpulvert het kernhout tot bruin stof. Hout in deze staat is niet geschikt voor larven. Bij gelijktijdige afbraak van (hemi)cellulose en lignine ontstaat witrot. Door de afbraak van lignine wordt het hout bleek. Er ontstaat een vochtige, vezelige lengtestructuur. Deze schimmel is van groot belang bij de ontwikkeling van de larf. Hout in deze staat is dus zeer geschikt voor de ontwikkeling van larven

Rijp fruit of jelly’s voor de kevers

Kevers gaan in de natuur opzoek naar overrijp fruit, nectar, of boomsappen (wondsap). In gevangenschap wordt meestal rijp fruit aangeboden, waarbij rijpe banaan het meest wordt gewaardeerd. Ververs het voedsel om de dag zodat er geen vliegen of mijten op af komen, streef naar een schone omgeving. Vooral ‘s zomers is de kans groot dat door te veel voedingstoffen de larven worden geteisterd door mijten. De overlast van fruitvliegjes e.d. is te voorkomen door de kevers te voeden met jelly’s. Dit zijn kleine kuipjes met een jam-achtige gelei in verschillende smaken en met een hoog proteïne gehalte, goed voor een kwalitatieve nakweek. Deze jelly’s worden veelal gemaakt in Japan en zijn niet altijd in ons land te koop. Toch kopen Europese kwekers regelmatig in grote hoeveelheden jelly’s in en worden deze weer aangeboden op websites of via forums. Zoeken naar kever-jelly’s op Google levert vast een adresje op.

.

Mijten

Mijten zijn bijzonder kleine diertjes, met het blote oog zien ze er uit als kleine bleke stofkorreltjes. Als je goed kijkt zie je ze heel langzaam bewegen. Er zijn veel verschillende soorten mijten de meest voorkomende soorten bij het houden van kevers zijn de meelmijt en schimmelmijt. Vaak zijn larven er voor een groot deel mee bedekt. Meelmijten hebben roodachtige pootjes en als er veel bijeen zitten lijken ze nog het meest op roodgeel stof. Een meelmijt kan gedurende zijn leven tot 500 eieren leggen. De ontwikkeling kan bij > 25C en > 65% luchtvochtigheid in 3 weken voltooid zijn. Mijten stellen hoge eisen aan de vochtigheid wanneer deze lager is dan 65% dan stopt de ontwikkeling. Mijten hebben echter mogelijkheden om periodes onder slechte omstandigheden te overbruggen. Zodra u mijten waarneemt in uw substraat en of op de larven, ververs dan de totale voedingsbodem en probeer de larven voorzichtig schoon te maken met een vochtig doekje of zachte tandenborstel. Algehele stelregel is; voorkom dat uw substraat te vochtig is, zo houdt u de mijten het best buiten de deur.

..

Copyright Bert van Geel

Comments are closed